Stageblog dr 3
Stageblog april '11 PDF Print E-mail
Monday, 25 April 2011 12:20
There are no translations available.

Mijn God, mijn hemel, alweer veel te lang gewacht met opnieuw wat gibberish waar niemand op zit te wachten te bouncen naar de Waarde Webmaster van deze site. Vanuit Verweggistan deze keer, want uw dienaar is op buitenlandse stage, jawel. De inboorlingen hier spreken een vreemde mengelmoes van Indo-Germaanse talen afgewisseld met gutturale klanken die uit het Klingon lijken voort te spruiten. Met tussenpozen serveren zij, na rituelen waarvan ik elke keer te kijk sta, bizarre combinaties zoals broodjes met kaas en vleeskroketten. Oh horror, dat wordt rijkelijk overgoten met bacchanalen van halfvolle melk, waarna zij elkaar in de armen vallen en liederen kwelen waarvan Odin zelf een wenkbrauw zou optrekken en zijn andere oog bij zou uitvallen. Ik bekijk mezelf verder nu niet als een echte dwerg, hoewel kwatongen het tegendeel zullen beweren, maar hier torenen de deernen zozeer boven mij uit dat ik mij afvraag of de melk hier stiekem ook geen groeihormoon bevat, of dat de restletsels van Project Lebensborn hier nog steeds wat late stuiptrekkingen veroorzaken (Godwin, you heartless bitch). Tenslotte is het bier ontegensprekelijk een mengsel waarvoor de brouwer ervan nog niet zo heel lang geleden als een kandelaar zou behandeld zijn. Met andere woorden, hangen, branden en dat jarenlang. U begrijpt het reeds, ik bevind mij in het Noorden, meer bepaald in Nederland. Tot daar het antropologische luik van mijn geschriften.

To business, then. Deze maand ben ik uitverkoren om hier op de dienst longziekten rond te banjeren, met een bloedgasspuit in de ene en een stethoscoop in de andere hand. En wel in Nederland, in het centrum der centra voor longaandoeningen in dit prachtige vlakke land, in Nieuwegein. De mensen spreken mij aan als ‘Bel-leg’ en zonder uitzondering volgt dan een exposé over de Belgen die ze kennen, waarna invariabel afgesloten wordt met Pfaff, Koen Wauters, Urbanus of ‘Hoe heettie ook alweer’. Maar ze zijn vriendelijk, de mensen, en ze praten goed, en ze zeggen wat hen mankeert. Dat leert je vaak al heel wat bij over hun paatoolegie, jahaha! En ook over hun exacte dieet de drie voorbije dagen, en de kleur van hun sputum, stoelgang en de rest. Sjongejonge, wat een feest, zeg, het resultaat van drieëntachtig jaar broodjes kreket met halvolle melk voor je ogen zien passeren en beschreven horen.

Maar het is niet allemaal gekscheerderij, helaas. Je krijgt hier echt patiënten onder je hoede, als een echte mini-assistent. Vier mensen waar jij verantwoordelijk voor bent, die jou vragend aankijken en waar jij on-the-spot even moet gaan utileggen wat je allemaal gaat doen. De eerste keer valt dat mee, labo-ECG (hier zeg je ee see gee, want blijkbaar zijn ze hier fier op Einthoven en vinden ze dat den Duitsch met hun ee kaa gee hun uitvinding geclaimd heeft en dat dat dus niet fair is tegenover hun collectieve vindingrijkheid) en X thorax, PA en in zij. De volgende dag wordt het al wat lastiger, want dan is het de bedoeling dat je meer weet. Als greenhorn is die extra kennis beperkt. Als je dan ook nog een schaarste aan assistenten meemaakt en jij de enige bent die op een dienst in de buurt komt van iets medisch geschoold te zijn, zijn de saturation-drops voor jou. Hoera. Okselvijvers. Jummie.
En die paar mensen die echt goeie mensen zijn, lieve mensen, die je moet vertellen dat de tumor helaas het hart heeft ingenomen en meer dan waarschijnlijk ook elders bezig is en dat je in feite niets meer kan doen dan meebleiten, dat leer je ook niet in med school. Alhoewel de Luc zijn best doet.

Na drie weken loopt het al wat lekkerder en krijg je het gevoel dat het allemaal wel meevalt en dat je dit misschien ooit zal aankunnen, als je groot en sterk en assistent of HAIO mag gaan spelen. Maar al snel komt een Jordan-like rebound op je af, namelijk dat dat allemaal niet lang meer zal duren, eer je groot en sterk en assistent of HAIO bent. Hoera. Okselvijvers.
U begrijpt dat het voor mij wel fijn is hier en dat ik een beetje tegen de schenen wil schoppen van alle ‘goed-nieuwsshows’ die jonge, gretige geesten te slikken krijgen van Hen die hen zijn voorgegaan in het Huis Gods. Door de goegemeente te bedotten bedot men vooral zichzelf, en dat is een kapitale misdaad. Let them eat cake, swoosh, paf, de republiek, vive la révolution.

Om af te sluiten, een goede raad. Lees ‘The House of God’. Je leert er meer mee dan op vijf jaar Med School. Serieus, ik ben over de helft en het doet je zorgen verbleken.
Vrienden, de mazzel alweer!
 
De Geheimzinnige Stagair Met De Ondefineerbare Schrijfstijl Die Niemand Herkent En Zo Zijn Anonimiteit Verzekert

 
Next! PDF Print E-mail
Monday, 14 March 2011 21:59
There are no translations available.

Stageblog januari 2011


Jongens, jongens, het viel me pas vorige week op dat er dit jaar nog niemand een stageblog was gestart. Zulk een vreselijke lacune op de EMSA website dient passend opgevuld te worden. Dus, voor het komende jaar zal uw dienaar u van zijn wedervaren op de hoogte houden, naast zijn activiteiten als archiefproleet van EMSA. Het is namelijk ook tijd voor een terugkijkende blik op ongeveer 15 jaar European Medical Student’s Association! Een hoeraatje met bijgevoegd  rondedansje wordt uitgevoerd as we speak. Het feit dat uw dienaar niet weet hoelang deze broeder-en zusterschap reeds nieuw onder de zon is legitimeert deze nieuwbakken functie dus volledig.  Daarover hopelijk in de toekomst meer.

Op dit moment, en vergeef mij als ik u groen doe uitslaan van jaloezie, ben ik vooral blij dat ik niet hoef te blokken of mij figuurlijk op te vreten bij het vooruitzicht van de fijne quizjes eind januari. Op dat gebied is het stagejaar een verademing, dat Kerstmis voor de eerste keer in zes jaar een feestje is in plaats van een dilemma (Studeren? Niet studeren? Tot wanneer dan studeren?). Nieuwjaar was dan weer apart te noemen. Ik had gevrijwilligerd om van wacht te zijn op oudjaar, wat mijn collega’s natuurlijk in dank aanvaard hebben. Maar het was de moeite! Niet de normale verkoudheidjes en pijntjes van de wacht, maar steekwonden in de borst, ritjes met de MUG, psychiatrische problematiek! En een ECG’tje gaan nemen als dat alles achter de rug is (bummer...). Om twaalf uur naar het dak gekropen om toch een glimp van het vuurwerk op te vangen. Helaas de mist als erwtensoep over de stad. We zagen vaagweg iets van de kleuren, maar meer was er niet te zien. Bummer, jawel.
Tja, die wachten... Eindelijk mag je het eens zelf gaan oplossen hé. In ’t begin sta je daar met een serieus ei in je broek, zoals ze bij ons zeggen. Maar je wordt er meteen in gesmeten en na een maandje regelmatig het haasje te zijn word je het snel gewoon en wordt het zelfs een fijne belevenis (nounou, wat een gegoochel met dt-problematiek!). Zeker als de assistenten en spoedartsen vriendelijk zijn en je betrekken bij het hele gebeuren. De wachten in het UZA zijn daar echt wel op toegespitst. Je krijgt meer vertrouwen naarmate je meer vertrouwen krijgt in jezelf. En zo leer je natuurlijk bij. Het eten is er echter niet te vreten (salmonellaslaatjes en zo) maar met oudjaar was dat wel dik OK omdat de verpleging het heft in eigen handen had genomen. Slapen is er ook lastig, niet door die telefoon maar door het constante geblaas van één of andere ventilatieschacht. Oordoppen zijn een optie, maar je moet natuurlijk wel wakker kunnen worden van je telefoon.
De eerste maand van mijn stage had ik wetenschappelijk werk, waarin ik, na veel zwoegen en zweten, er eindelijk in geslaagd ben tien muizen succesvol aan de longen te opereren. Nu ben ik volop bezig met de resultaten van die experimenten te interpreteren en al wat te schrijven. En misschien, als het de perfectie benadert, wordt mijn onderzoek dan aanvaard voor het AMSC! Daarna, in november, een maand heelkunde in Sint Vincentius. Absoluut een aanrader. Goeie chirurgen, goed eten, goed slapen. Meer heeft een stagair niet nodig om gelukkig te zijn. In december een maand heelkunde in het UZA, op de abdominale. Dan denk je dat je al wat ervaring hebt opgedaan, wordt dat plaatje even fijn hertekend op je eerste dag. Maar je leert er ontzettend veel bij.
En nu dwaal ik rond tussen de dialysetoestellen op de dienst nefrologie. Waar je farmacologische kennis wordt bijgepsijkerd, naast je fysiologie. De moeite, alleszins. En een beetje een verademing na de lange(re) dagen op de heelkunde. Je hebt gewoon wat meer tijd tussendoor, om te eten bijvoorbeeld. Een geweldige luxe.
Ik probeer ook die testis-portfolio tot een goed einde te brengen, maar zulk een vulvaboek volkladden vereist een meer dan gezonde dosis verbeelding en peniele capaciteit (lullen, dus). Je wordt om de oren geslagen met casussen, zelfreflecties (nondedju, hoe voel je je erbij als er iemand voor uw neus aan ’t doodbloeden is... Slecht hé mannen!) en meer van dat lekkers. De kroon op het werk is de zelfzorg. Tjongejonge. Daar wordt je uitgedaagd om jezelf uit de psychiatrische consultatie te houden in het komende jaar. Veel van bil gaan, dat mag je niet schrijven. Dat hoort niet. Vluchten in de fles is ook geen optie. De td’s waar je nog kan van terugstrompelen zijn namelijk op een hand te tellen. Dan maar praten, hé. Praten met iedereen die het wil horen. En reflecteren bij de beesten. Reflecteren als een spiegel, als een fluohesje op speed. De moeite. De mazzel. De moedeloosheid.
Gelukkig mag je met je portfolio halverwege het jaar naar een begeleider trekken. Die geeft je dan feedback of je goed bezig bent of niet. Da’s voor binnenkort. Ik ben eens benieuwd... We gaan ons nog amuseren, daar in mei.
 
Uw dienaar houdt u op de hoogte. Hopelijk blijft het de moeite.
De mazzel.
 
Met vriendelijke groet,

J